Vermogensprofiel
5 maart 2019
Vrijthof – Vrijthof ‘Deze hausse hadden we niet voorzien’
8 april 2019

Cross-Training

Mij is voorlopig even afgeraden op een zadel te zitten, dus moet ik de fiets een tijdje laten staan. Toch wil ik wat doen om mijn conditie wat op peil te houden. Nu heb ik begrepen dat wat je met hardlopen opbouwt, niet van nut is op de fiets. Welke sporten helpen wel je fietsconditie zo goed mogelijk bij te houden?

Wat u hier beschrijft is een fenomeen wat we in het Engels cross-training noemen. Dat kun je definiëren als het beoefenen van een andere sport dan gewoonlijk met als doel het verbeteren van het prestatievermogen. De effectieve kenmerken van een bepaalde sport kunnen gebruikt worden om de tekortkomingen van een andere sport te compenseren. Voor zeer goed getrainde sporters, zoals de professionele wielrenners, is het vooral belangrijk om heel specifiek (op de fiets) te trainen. Echter, voor de meeste mensen is cross-training een goede methode om de algehele fitheid te verbeteren. Ook is het heel goed mogelijk om cross-training te gebruiken om weer op te bouwen na een blessure, of na overtraining of psychische vermoeidheid, want soms ben je gewoon wat moe van wéér dezelfde (soort) trainingen en wil je gewoon iets anders.

Een bekende vorm van cross-training is krachttraining. Krachttraining wordt om verschillende redenen toegepast door wielrenners. Vrijwel alle professionele wielrenners hebben deze vorm van training in meer of mindere mate op het programma staan. Dat gaat van specifieke krachttraining op de fiets tot (maximale) krachttraining met gewichten tot stabiliteitstrainingen. De term specificiteit is net al genoemd. Daarmee bedoelen we dat je met een training de kenmerken van een bepaalde sport zo goed mogelijk traint. Als wielrenner kun je gaan tennissen maar iedereen snapt dat tennis minder specifiek is dan bv schaatsen. Wielrennen is een sport bij uitstek waarbij het uithoudingsvermogen, oftewel het maximale zuurstofopname vermogen (= VO2max), moet worden getraind. Dat kun je dus goed doen met andere uithoudingssporten zoals schaatsen, zwemmen, roeien, langlaufen, maar ook met hardlopen. Elke van deze sporten heeft zo zijn voor- en nadelen. Schaatsen kan heel erg geschikt zijn als je de techniek goed beheerst. Ook bij het zwemmen kan een gebrek aan techniek een groot struikelblok zijn. Ook wordt de VO2max bij het zwemmen wat minder getraind. Daarentegen kan zwemmen juist weer een goede manier zijn om ook het bovenlichaam en de rugspieren te trainen. Om te kunnen langlaufen hebben we sneeuw nodig en hardlopen is voor veel wielrenners erg blessure gevoelig. Hart en longen kunnen het prima aan om 2 uur te gaan hardlopen maar de spieren en pezen hebben vaak meer tijd nodig om te wennen aan de belasting. Bij cross-training is het dus erg belangrijk dat je de techniek van die sport goed beheerst en dat je een geleidelijke opbouw hebt.

De conclusie is dat het effect van cross-training het niet haalt bij het effect van de sport specifieke trainingen. Toch zijn er voldoende redenen waarom cross-training de prestaties kunnen verbeteren.

Sportarts Edwin Achterberg schrijft maandelijkse columns voor blad de Fiets

Deel en like ons: